Meer dan een jaar geleden werd op het programmacongres van 10 februari 2024 de houding van DWARS tegenover het kapitalisme aangescherpt. Met een amendement werd aan het politiek programma (PP) toegevoegd dat de partij het kapitalisme wil afschaffen en een alternatief systeem van duurzaamheid en rechtvaardigheid wil omarmen (PP H4.1). Een zeer idealistisch plan, maar desondanks stemde ik destijds tegen vanwege de afwezigheid van een uitgewerkt alternatief systeem. Echter, op 3 maart 2025 is de uitgewerkte versie van dit alternatieve economische systeem, het zogeheten ecosocialisme, voorgeleged door de commissie Economie op OverDWARS (lees hier).

Persoonlijk ben ik nog niet overtuigd, aangezien teveel nog vaag is gelaten, en gevolgen van de uitvoering van het ecosocialisme in het artikel niet worden benoemd of uitgewerkt. Nou komt er volgens de auteurs binnenkort nog een verdieping van het idee, maar toch zal dit opiniestuk ingaan op de drie problemen van het ecosocialisme en zal er worden uitgelegd waarom het in zijn huidige vorm nog geen leefbaar alternatief is voor het kapitalisme.

Probleem 1: Wat is een Waardevol Product?

In het artikel wordt het ecosocialisme door de auteurs toegelicht door eerst het socialistische deel van het systeem uit te leggen, om vervolgens de ‘eco’ in ecosocialisme te verduidelijken. Alleen, het eerste sociale punt wat de auteurs hierbij introduceren is al problematisch. Het artikel stelt namelijk dat ‘productie weer een maatschappelijk doel [moet] dienen. Daarbij hoort dat we dingen alleen produceren of laten produceren als ze iets waardevols toevoegen aan de samenleving.’ Om te beginnen is dit een interessant idee dat een belangrijk probleem van het kapitalisme aanhaalt, namelijk de overproductie. Over het produceren van honderd verschillende soorten lipstick of een maandelijkse nieuwe mode kan moeilijk worden beargumenteert dat het een belangrijk maatschappelijk doel dient, zeker voor de hoeveelheid energie en materialen die erbij komen kijken. Het problematische aspect is hier niet het idee zelf, maar dat in het artikel niet wordt toegelicht hoe het zal worden uitgevoerd.

Persoonlijk kan ik twee manieren bedenken hoe dit plan tot werkelijkheid zou kunnen worden gemaakt. De eerste bestaat in principe al en is dat de staat producten verbiedt of druk zet op producenten en/of consumenten om een product niet te (ver)kopen nadat deze al op de markt is geïntroduceerd. Voorbeelden hiervan zijn de accijns op alcohol en sigaretten of het doel van de Europese Unie om in 2035 alleen nog maar elektrische auto’s te verkopen. Dit systeem is echter langzaam en bovendien al onderdeel van het bestaand kapitalistisch systeem. Een echte systeemverandering, en de tweede manier waarop dit plan werkelijkheid zou kunnen worden, zou zijn als alle bedrijven eerst bij de overheid langs moeten om een product te kunnen produceren. De overheid checkt in dit geval of het product iets waardevols toevoegt aan de samenleving en geeft op basis daarvan een bedrijf een productievergunning. Het probleem hierbij is echter hoe je in de wet specificeert wanneer een product waardevol is voor de samenleving. Is het bijvoorbeeld wanneer mensen het product nodig hebben om te overleven? Daaronder vallen onder andere alle culturele producten niet. En als culturele producten wel worden toegevoegd onder het kopje waardevol, wie bepaalt dan dat een film of boek cultureel meer waardevol is dan een maandelijkse nieuwe mode? Bovendien is een duidelijke wet van belang, want in het geval dat er een onduidelijke wet is met veel loopholes kan een kwaadwillende overheid daar gebruik van maken. Overheidkritische boeken en films zouden bijvoorbeeld kunnen worden verboden omdat ze ‘niet waardevol genoeg zijn voor de samenleving,’ waardoor de democratie erop achteruit zou gaan.

Probleem 2: Democratisering van de Economie

Het tweede punt dat de auteurs introduceren om te laten zien wat het ecosocialisme sociaal maakt, is dat de economie democratischer moet worden. Zo moet bijvoorbeeld ‘de macht [worden] neergelegd bij de werkende mensen in plaats van bij de aandeelhouders’ en ‘de financiële sector [worden] gereguleerd door de gemeenschap.’ Het eerste probleem met dit idee is dat in het artikel wederom niet duidelijk wordt toegelicht hoe deze democratisering van de economie er in werkelijkheid uit zou zien en hoe het zou werken. Wat wordt er bijvoorbeeld bedoeld met dat de macht wordt neergelegd bij de werkende mensen? Houdt dit in dat ze mogen stemmen over waar het bedrijf in de toekomst in investeert? Of mogen ze alleen beslissen over hoe winst wordt verdeeld? Hetzelfde geldt voor het gemeenschappelijk reguleren van de financiële sector. Waar mag de gemeenschap precies over beslissen en op wat voor een manier wordt dit georganiseerd?

Deze specificatie is van enorm belang, omdat de details de haalbaarheid van het idee bepalen. Een volledige democratisering van bedrijven zou bijvoorbeeld enorm problematisch zijn. Stel je voor, een bedrijf heeft een grote winst gemaakt en de aandeelhouders willen daarom de dure, duurzame innovaties doen om het bedrijf in lijn te krijgen met de Europese klimaatdoelstellingen. Echter, vanwege de democratisering van het bedrijf moet een meerderheid van de werknemers hier ook mee instemmen en die willen eerder een loonsverhoging. In theorie kan de democratisering van bedrijven er daarom bijvoorbeeld voor zorgen dat de nodige duurzame innovaties niet worden gedaan omdat de werknemers niet de benodigde kennis hebben om een goede keuze te maken, de visie niet hebben of kiezen voor hun eigen belang.

Dit is geen onrealistisch scenario. Als er wordt gekeken naar de democratieën in de EU dan delven innoverende, groene, socialistische partijen met een visie bijna overal het onderspit aan populistische, kortzichtige partijen zoals de PVV en de AfD. Nu hebben aandeelhouders en bedrijfseigenaren vaak ook geen visie, maar kunnen er wel middels politiek beleid financiële prikkels worden gecreëerd om duurzame productie van goederen voor hen aantrekkelijker te maken. Om dit bij de gehele werkende populatie te doen, is daarentegen een stuk ingewikkelder.

Het gemeenschappelijk reguleren van de financiële sector is daarnaast ook onrealistisch. Het bankensysteem is namelijk een ingewikkeld systeem en om een goede keuze te kunnen maken in beleid, zou iedere burger goede kennis van zaken moeten hebben. Dat houdt onder andere in hoe de rente van de centrale bank de totale omzet van de markt beïnvloedt, hoe relaties tussen werkloosheid en inflatie werken en hoe internationale handel invloed heeft op de keuzes die banken maken in relatie tot rente, om maar een paar dingen te benoemen.

Probleem 3: De Macht van de Economie

In het tweede deel van het artikel wordt toegelicht wat het ‘eco’ gedeelte inhoudt van het ecosocialisme. Hierbij wordt onder andere gesteld dat het mondiale noorden een stuk minder energie en materiaal moet gaan gebruiken en dat het ecosocialisme daarmee nauw verbonden is aan het concept degrowth. In het kort houdt degrowth in dat de samenleving niet meer gefocust moet zijn op economische groei zoals dat in de afgelopen decennia wel het geval was, maar dat er wordt gekeken hoe er zo efficiënt mogelijk met producten en energie kan worden omgegaan. Een simpel voorbeeld hiervan is dat niet iedereen bijvoorbeeld meer een eigen auto of grasmaaier heeft, maar dat deze producten worden gedeeld. Wederom een mooi idealistisch idee, maar nergens wordt in zowel het artikel over het ecosocialisme als in het eerder uitgebrachte artikel over degrowth een van de grootste problemen aan deze theorie benoemt, dat zijnde de internationale implicaties.

Een van de belangrijkste machtsmiddelen binnen de internationale betrekkingen is namelijk de economie. Hoe groter je economie, hoe belangrijker je bent en hoe meer je te zeggen hebt aan de onderhandelingstafel bij bijvoorbeeld het sluiten van handelsakkoorden. Dit houdt in dat je deals kunt maken die voordeliger uitpakken voor jouw land, met onder andere als gevolg de creatie van meer banen en lagere prijzen van producten. Daarnaast is een grote, goed lopende economie ook goed voor meer belastinginkomen en bepaalt de grootte van de economie ook de potentiële grootte van het leger en haar materialen. Als laatste kan een grotere economie verder een groter aandeel import en export met andere landen betekenen, wat ook een pressiemiddel kan zijn tijdens internationale onderhandelingen.

Al met al, hoe groter je economie, hoe meer macht je hebt op het internationale speelveld. Dit is waarom de EU op het gebied van economie net zoals de VS en China wordt gezien als een wereldmacht, aangezien het na de VS de grootste economie van de wereld heeft. Op het moment dat degrowth in de hele EU zou worden doorgevoerd, zal er echter een kleinere afzetmarkt ontstaan, minder producten worden verkocht en zal de economie niet meer groeien of zelfs kleiner worden. Hoogstwaarschijnlijk groeien de VS en China daarentegen gewoon gestaag door, waardoor de EU langzamerhand haar gelijke machtspositie kwijtraakt en als gevolg steeds meer aan het kortste eind zal trekken tijdens de internationale discours.

De EU zou zich natuurlijk ook helemaal uit de internationale handel kunnen terugtrekken en volledig zelfvoorzienend kunnen worden. Maar dat is nog minder wenselijk, aangezien de enige internationale relatie van belang met grootmachten zoals China of India dan volledig weg zou vallen en de EU nog geïsoleerder zou raken. Met de huidige internationale politieke ontwikkelingen zou dat alles behalve een goed idee zijn.

Het Kapitalisme en de Sociaaldemocratie

Afsluitend heeft het ecosocialisme, ondanks alle interessante en unieke ideeën, dus nog wat haken en ogen die eerst moeten worden uitgewerkt voordat dit nieuwe systeem het kapitalisme kan uitdagen als een leefbaar alternatief. Hopelijk zal dit ook gebeuren in de beloofde verdieping, al is het zelfs dan betwijfelbaar of het idee zou werken aangezien economische systemen enorm ingewikkeld zijn. Economische wetenschappers kunnen het moderne kapitalisme zoals we dat al iets meer dan tweehonderd jaar kennen namelijk nog steeds niet met honderd procent zekerheid voorspellen en verklaren, verre van zelfs. Het uitproberen van een nieuw systeem, zelfs al is het op theoretisch niveau tot in de puntjes uitgewerkt, kan nog steeds onverwachte gevolgen hebben die zeer slecht uitpakken voor de samenleving. Is dat een risico waarvan het wenselijk is dat we die in deze onzekere tijd nemen? Naar mijn mening zeker niet en bovendien ook onnodig.

Binnen deze jongerenpartij kijken we namelijk te negatief eenzijdig naar het kapitalisme. Ja, ongecontroleerd kan het kapitalistische systeem zorgen voor enorme ongelijkheden, klimaatvervuiling en imperialisme, maar het heeft ook een enorme vooruitgang gebracht die de levens van miljoenen mensen heeft verbeterd. In contrast tot tweehonderd jaar geleden leven mensen veel langer, is er wereldwijd minder armoede en worden er dagelijks nieuwe ontwikkelingen gedaan die de mensheid verder helpen. In honderd jaar zijn we van het paard naar de zelfrijdende auto gegaan, van boeken naar computers en van de postduif naar whatsapp, allemaal onder het kapitalisme. Het kapitalisme is niet perfect, verre van, maar daar zijn we sociaaldemocraten voor. In tegenstelling tot de Marxisten zagen onze voorgangers in de late 19de eeuw in dat het systeem ook zonder een revolutie en geweld aangepast kon worden. Financiële ongelijkheden werden kleiner gemaakt, arbeiders kregen meer rechten en de basis van de verzorgingsstaat werd opgezet en dat allemaal via de parlementaire democratie en het kapitalisme. En dat kan nu weer!

Socialistisch beleid kan aangescherpt worden, betere belastingstelsels kunnen de kloof tussen arm en rijk verkleinen en verzorgingshuizen kunnen weer herbouwd worden. Daarnaast gaat de verduurzaming misschien langzaam en met kreunen en steunen, maar het systeem is aan het veranderen. En daarbij kan deze partij veel meer voor de samenleving betekenen door te kijken hoe we die verduurzaming kunnen versnellen en op een zo eerlijke manier kunnen klaarspelen, dan te kijken naar onzekere, economische theorieën waarvan de uitvoerbaarheid op zijn beste dag betwijfelbaar is. Ik zeg, laten we weer echt sociaaldemocratisch beleid uitvoeren en doen waar we goed in zijn: de maatschappij en het kapitalisme stukje bij beetje eerlijker, duurzamer en socialer maken. Voor een beter Nederland, een beter Europa en een gezonde planeet.