Let op: dit artikel bevat spoilers voor The Castle of Otranto, Bride of Frankenstein, Sleepaway Camp, en Ash vs Evil Dead.

Volgens John Carpenter zijn er twee soorten horrorverhalen: het gevaar van daarbuiten en het gevaar van hierbinnen. Hij noemde hij dit ook wel “rechtse” en “linkse” horror, en ja, hiermee bedoelde hij politieke stromingen. Maar voordat we kunnen begrijpen wat hij hiermee bedoelde, en waarom queer mensen zo veel van linkse horror houden, moeten we eerst terug in de tijd.

De eerste horrorverhalen

Sinds de prehistorie vertellen we elkaar spookverhalen. Deze verhalen bevatten vaak een les. Het werd gebruikt om kinderen te vertellen niet het bos in te gaan, niet met vreemdelingen te praten, of om ze bang te maken voor “de ander”. Deze verhalen waren eng, maar toch worden ze vandaag de dag niet gezien als horror.

Horror is alles wat zich bezighoudt met het “abject“. Het abject is de naam voor alles wat op de grens ligt. De grens van leven en dood, bekend en onbekend, jezelf en de ander. Het abject is alles wat ons huidige denkbeeld van de wereld kan verschuiven. Bijvoorbeeld: bloed, of monsters als geesten, zombies en vampiers zijn abjecten. Ze doen ons denken aan de dood. Bepaalde filosofieën of denkwijzen kunnen abjecten zijn, omdat ze te veel tegen de status quo ingaan. Met abjecten hoor je niet om te gaan, ze horen gevreesd en ontweken te zijn. Veel oude spookverhalen deden iets genaamd “abjectificeren”, hiermee wijs je iets aan als abject. Andere dorpen? Abject. Het bos? Abject. Sterke vrouwen? Dat zijn heksen, abject! Ook in de huidige samenleving zien we dat er geabjectificeerd wordt. Kijk bijvoorbeeld naar Antifa, wat nu wordt gezien als een “terreurbeweging”, en je wilt niet met terroristen omgaan, toch?

Toch zien we deze spookverhalen niet als horror. De eerste “echte” horror is te vinden in de Gotische literatuur: Horace Walpole’s “The Castle of Otranto” (1764). In plaats van dat het abject wordt aangewezen maar ontweken, confronteert dit boek het direct. Het hoofdpersonage, Manfred, wil zijn kasteel in eigen handen houden, ook al ziet hij hier geesten. Het abject is niet ver weg maar in zijn eigen omgeving, en het geeft een signaal: het wilt Manfred weg uit het kasteel. Manfred komt erachter dat zijn zoon de echte erfgenaam van het kasteel is, hij wordt geconfronteerd met het feit dat zijn tijd geweest is, hij is oud, hij moet het kasteel doorgeven aan een nieuwe generatie. Dit verschuift compleet hoe Manfred zichzelf moet zien. Daarmee is het een abject, dat niet komt vanuit de buitenwereld, maar vanuit hemzelf.

Dit is wat John Carpenter bedoelde met “linkse” en “rechtse” horror. Verhalen die abjectificeren zijn inherent conservatief, terwijl verhalen die het abject confronteren juist progressief zijn. Andere beroemde voorbeelden van linkse horror is Mary Shelley’s Frankenstein (1818), en een van de eerste (lesbische) vampierverhalen: Carmilla (1872). Laten we kijken naar de onofficiële verfilmingen van deze verhalen.

Horror tijdens de Hays Code

“Go! You live! We belong dead!”Ga! Jij leeft! Wij behoren tot de dood!

Bride of Frankenstein (1935) en Dracula’s Daughter (1936) zijn twee van de eerste LHBTI-horrorfilms. Wat deze films interessant maakt is dat ze gemaakt zijn tijdens de Hays Code. De Hays Code zorgde ervoor dat Hollywood films niets “immoreels” lieten zien. Hieronder viel destijds uiteraard ook alles wat queer was.

James Whale was een regisseur in deze tijd, een openlijk homoseksuele man die tóch LHBTI-thema’s in zijn films verwerkte. In zijn beroemde Frankenstein films zien we hoe het monster wordt uitgespuugd door de samenleving. De dorpelingen zien hem als monster, als abject. Als hij een blinde man tegenkomt, ziet deze niet dat het monster een “monster” is. Ze drinken samen bier, spelen muziek en zijn goede vrienden. Als de dorpelingen de twee vinden worden ze haast uit elkaar gescheurd. Snap je de clou al?

Ondertussen probeert de wetenschapper Pretorius een vrouw voor het monster te maken. Hij citeert de bijbel: “Hij maakte man en vrouw. Krijg kinderen en vul de aarde.” als hij zijn keuze om de vrouw te maken verdedigt. Een van de meest gebruikte bijbelversen om homo’s te veroordelen draait hij om en gebruikt hij om “monsters” te maken. Als de bruid klaar is, is zij ook bang voor het monster. Het blijkt niet mogelijk om deze monsters te forceren in een heteroseksuele relatie. Na die realisatie stuurt het monster zijn maker, Dokter Frankenstein, weg en zet hij de toren in brand, met daarin zichzelf, de bruid en Pretorius. “Go! You live! We belong dead”, schreeuwt hij. Hij accepteert dat hij wordt gezien als abject, en dat hij nooit in een heteronormatieve wereld geaccepteerd kan worden. Het is een tragisch einde.

Dracula’s Daughter kwam een jaar later uit en was geïnspireerd op Carmilla, een boek over lesbische vampiers. In deze film probeert gravin Marya Zaleska haar bloedlust onder controle te krijgen, maar lokt toch vrouwen om hun bloed te drinken. De vibe tussen Marya en deze vrouwen is simpel gezegd enorm gay. De film bevat zelfs “de langste kus die nooit gefilmd is”, een scène waarin Marya lang en liefdevol naar een vrouw staart. De film kwam ermee weg door Marya neer te zetten als abject, zij is het gevaar in de film. Maar ondanks dit, staat de film zo dicht bij haar, dat we toch empathie voelen. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het abject in de film niet Marya zelf is, maar haar bloedlust. Het echte gevaar komt vanbinnen.

Assigned Trans By Fandom

“For once, I gotta own up to who the hell I am”Voor één keer, moet ik toegeven aan wie ik in godsnaam ben!

In 1968 was de Hays Code officieel afgelopen. Queer mensen konden in al hun glorie gepresenteerd worden in films. Maar toch is er iets achtergebleven van deze tijd. LHBTI-mensen werden nog steeds gezien als abject, queer filmkijkers en regisseurs waren als het ware getraind om in films queerrepresentatie te vinden en te coderen. En horror heeft zichzelf neergezet als HET genre voor queer mensen.

Hierdoor zijn er veel films die misschien niet bedoeld waren als LHBTI, maar toch zo worden geïnterpreteerd. Een voorbeeld hiervan is Sleepaway Camp (1983). In deze film wordt een groep kinderen bij een zomerkamp geterroriseerd door een mysterieuze moordenaar. Aan het einde van de film blijkt dat Angela, de stille hoofdpersoon die gepest wordt, achter de moorden zit. Wat ook blijkt, is dat Angela door haar tante gedwongen wordt om als meisje door het leven te gaan, terwijl ze eigenlijk een jongen is. Het einde legt vrij weinig uit over de motivatie van Angela, het is pure shock, en het kan zelfs worden gezien als transfoob. Toch blijft dit een erg populaire film, vooral onder transgender mensen die zich identificeren met Angela.

Een ander, leuker, maar ook verder gezocht voorbeeld, is in mijn favoriete filmserie ooit: The Evil Dead (1981), waarin een groep jongeren gaat logeren in een boshut en wordt aangevallen door demonen (of Deadites, zoals ze in de serie heten). In deze serie volgen we Ash Williams. Tijdens de eerste film is hij een complete verdraaiing van de bekende “final girl” tropeEen trope is een bepaald soort personage, relatie of verhaallijn die veel voorkomt. Het verdraaien van deze tropes is iets dat erg populair is in linkse horrorfilms. Zo is heel de Scream serie (ook geliefd onder queer mensen) hier op gebaseerd., waarin een jonge, maagdelijke vrouw de enige overlevende is, puur door deze eigenschappen. Ash doet, net als de final girl, vrij weinig. Hij is bang en staat in een hoekje terwijl zijn vrienden bezeten raken. De enige reden dat hij overleeft is omdat hij volgens een eeuwenoud boek het Kwaad moet verslaan. Ash wordt vaak gezien als de eerste “final boy”. In de latere films verandert Ash in een karikatuur van mannelijkheid. Hij is dominant, seksistisch, egoïstisch en vooral enorm dom. Hij vecht met Deadites, maar met veel tegenzin. Tijdens de serie, Ash vs Evil Dead, krijgen we een dieper kijkje in zijn personage. Zo is zijn volledige naam Ashley Joanna Williams, een meisjesnaam waar Ash zelf ook ontevreden mee is. Daarnaast leren we ook zijn vader kennen, die Ash nog steeds kwalijk neemt wat er 30 jaar geleden is gebeurd. In een gesprek tussen Ash en zijn vader volgen we de Evil Dead 2 canonDe tijdlijnen van Evil Dead zijn ingewikkeld. De latere films beginnen namelijk met een samenvatting van de films daarvoor, maar veranderen hierbij wat belangrijke details. Een van de grootste hierin is dat in The Evil Dead, Ash op pad is met 4 vrienden, waaronder zijn zus. In Evil Dead 2, is Ash alleen samen met zijn vriendin. In de serie worden beide canons gebruikt, maar per scène houdt het zich aan een van de twee verhalen., waarin Ash alleen met zijn vriendin naar de boshut ging. Dit is tot één zin: “Je hebt mijn enige dochter vermoord”. Die zin krijgt een heel andere lading als je je bedenkt dat Ash’s vader heel dit gesprek geen dochter hoort te hebben. Ash verzet zich in de serie continu tegen het idee dat hij “gekozen” zou zijn. Zelfs als het einde van de wereld in zicht is, steekt hij liever zijn kop in het zand. “Waarom ik?”, vraagt hij telkens weer. Maar uiteindelijk besluit hij toch te accepteren wie hij is: “For once, I gotta own up to who the hell I am”.

Hellraiser is een van de beste films ooit gemaakt

“Some things have to be endured. And that's what makes the pleasures so sweet!”Sommige dingen moeten worden doorstaan. Dat is wat het genot zo zoet maakt!

Nu terug naar de films die overduidelijk gay zijn: Clive Barker’s Hellraiser (1987). Deze film draait om de cenobites: monsters uit andere dimensies die je ervaringen kunnen geven die zo intens zijn dat genot en pijn onafscheidelijk worden. De filosofie van deze cenobites wordt vaak foutief gepresenteerd. Het is niet zo dat de cenobites kwaadaardig zijn en zoveel mogelijk mensen zoveel mogelijk pijn willen veroorzaken. Volgens de cenobites is het zijn van een mens te versimpelen naar het ervaren van sensatie en hoe we hierop reageren. Ze bezorgen daarom ook alleen maar pijn aan degenen die erom vragen. Dit staat recht tegenover christelijke ideeën (waarop de meeste horrorfilms van deze tijd waren gebaseerd), waarin pijn moet worden vermeden, het wordt gezien als abject. Hier zien we weer dat in Hellraiser het abject direct wordt geconfronteerd. Pijn is niet goed of slecht, het is gewoon pijn.

De esthetiek van de cenobites is gebaseerd op de Gay Leather scene, waar Barker zelf ook regelmatig te vinden was. Ook is de film gemaakt tijdens de piek van de AIDS-pandemie, waarin homoseksuele mannen vaak worden afgezet als pervers, onzorgvuldig, het idee dat ze constant alleen maar sensatie zochten zou de reden van de pandemie zijn geweest. Hellraiser weigert mee te gaan in dit narratief. Als je een discussie over AIDS wil voeren met Barker, doe je dat onder zíjn voorwaarden. Dan ga je dus niet mee in het christelijke denkbeeld, waarin je vast blijft zitten in je eigen comfort zone en mensen daarbuiten veroordeeld. Belangrijk: Barker zegt hierbij niet dat de cenobites gelijk hebben, hij wil je gewoon dwingen om erover na te denken. Waarom zijn deze dingen abjecten? Waarom wordt pijn als de pest ontweken? Het genot bestaat alleen maar omdat we ook pijn kennen, nietwaar?

Moderne Queer Horror

“Do you like girls?” - “I don’t know” - “Boys?” - “I think I like TV-shows”Hou je van meisjes? - Ik weet het niet. - Jongens? - Ik denk dat ik van TV-shows hou.

Door de jaren heen heeft het horrorgenre zich ontwikkeld naar een safe space voor queerpersonen. Gevoelens die moeilijk uit te leggen zijn, die je dwingen om jezelf te heroverwegen, is iets waar elke queer persoon wel ervaring mee heeft. Deze gevoelens zijn abjecten. Voor menig mens is het opzoeken van deze abjecten oncomfortabel, ze snappen niet wat ze zien en zullen het wegstrepen als “raar”. Maar voor degenen die deze gevoelens al te vaak mee hebben gemaakt, voelt het als thuiskomen, nostalgisch. Dit soort films helpen met het uitleggen van gevoelens die queer mensen al jaren hebben, maar niet kunnen uitleggen.

Veel nieuwe horrorfilms zijn openlijk queer. Een van de meest geliefde films van 2024, I Saw The TV Glow, is een prachtige metafoor voor transgender zijn, net zoals veel moderne body horroreen subgenre van horror die zich focust op het veranderen van het menselijk lichaam. De centrale vraag is `hoeveel kan je fysiek veranderen voordat je geen mens meer bent?`, deze films zijn vaak erg bloederig en over de top. films.

Moderne regisseurs hoeven zich gelukkig niet meer te houden aan de Hays Code, ze hoeven hun queerness niet te coderen. Maar door die geschiedenis, is horror wel gevormd tot het genre dat het nu is: links, progressief en queer.