Migratie wordt door de meeste mensen gezien als een onderwerp waarop rechts en links zeer verschillende meningen hebben. Populisten, van Pim Fortuyn tot Caroline van der Plas, presenteren zichzelf vaak als de verstandige partij tegenover een elite die totaal niet begrijpt wat er echt aan de hand is. Ik heb migratie samengevat tot vijf mythes die radicaal rechts gebruikt om kiezers tegen links op te hitsen.

​Mythe 1: Links is vóór migratie, rechts is tegen

Arbeidsmigratie speelde een grote rol in de Nederlandse economie in de jaren ’60 en ’70. Uit onder andere Griekenland, Italië, Spanje, Turkije en Marokko werden actief mensen geworven voor de Nederlandse industrie. De Europese gastarbeiders keerden meestal terug nadat in hun thuisland de economie groeide en ontwikkelde waardoor de gastarbeiders uit steeds verdere landen moesten worden gehaald. Dit was uiteraard vooral goed voor de werkgevers, de eigenaren van de bedrijven. Vakbonden, de links-katholieke PPR en ook de PvdA waren tegen het werven van gastarbeiders. De overeenkomsten met Marokko en Turkije werden door centrumrechtse kabinetten zonder PvdA afgesloten. Links was dus niet aan de macht toen deze verdragen en regelingen voor gezinshereniging werden opgesteld. De linkse flanken waren niet fundamenteel tegen gezinshereniging maar waarschuwden wel tegen discriminatie en het gevaar dat de arbeidsmigranten en hun gezinnen tweederangsburgers dreigden te worden.

In 1973 kwam er een einde aan de economische groei door de oliecrisis. Datzelfde jaar werden alle regelingen voor arbeidsmigratie uit landen rondom de Middellandse Zee opgezegd door het kabinet Den Uyl. De Marokkanen en Turken kozen vaker dan Italianen en Grieken om te blijven en hun gezin te laten komen in plaats van terug te gaan. Maar de grote meerderheid van deze groepen is terug naar huis gegaan.

In 1975 werd Suriname onafhankelijk, wat tot gevolg had dat veel Surinamers er voor kozen om in Nederland te gaan wonen zolang dat nog makkelijk kon. De regels voor gezinshereniging komen van de kabinetten vóór hen die veel rechtser waren. Wel koos het kabinet Den Uyl voor een pardon voor illegalen die sinds 1974 in Nederland waren. Deze twee ontwikkelingen waren mogelijk de reden dat men een links kabinet associeert met de komst van veel mensen met een andere huidskleur dan wit.

​Mythe 2: Links is de reden dat integratie mislukte

Halverwege de jaren ’80 was het optimisme over de economie verdwenen. In de grote steden werd verval en drugscriminaliteit steeds zichtbaarder en dus een onderwerp in lokale en landelijke politiek. In deze periode werd steeds meer gewezen naar de gebrekkige integratie van de nieuwkomers als oorzaak. Vergeet daarentegen niet dat de armoede direct kwam door de werkloosheid als gevolg van de economische crisis en het verdwijnen van fabrieken naar het buitenland. In 1989 concludeerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR): Er was was helemaal geen nationaal integratiebeleid, daarom werd er nauwelijks iets gedaan. Niet onder rechts, en niet onder links. Relevant beleid was versnipperd over de ministeries maar er was geen centrale sturing. Ineens besefte Nederland dat de overheid een plan nodig had om de laaggeschoolde arbeiders uit het buitenland te helpen. Die zaten toen relatief vaak zonder werk en dus in de WW of WAO. Er was toen niet eens beleid voor taalonderwijs. De christelijke en liberale partijen maar ook de PSP en CPN wilden niet dat de overheid zich actief ging bemoeien met de gemeenschappen van gastarbeiders. Die gedachte paste bij de cultuur van het verzuilde Nederland. Contact houden met vertegenwoordigers en buitenlandse organisaties deed de overheid wel, maar initiatief nemen deed de overheid niet. Bovendien zouden die arbeiders uiteindelijk weer terugkeren, toch?

Pas in 1979 stelde de overheid vast welke groepen minderheden extra aandacht nodig hadden met een onderzoeksrapport. Het jaar daarvoor diende PvdA-er Henk Molleman een motie in om Binnenlandse Zaken aan te wijzen als coördinator van minderhedenbeleid. Molleman mocht daarna van 1979 tot 1990 werken als directeur op dit beleid. Zo ontstond uit breed draagvlak het eerste minderhedenbeleid. Het doel: wegnemen van achterstanden, emancipatie bevorderen en discriminatie tegengaan. De PvdA had eind jaren 80 al de commissie ‘Etnische groepen’ die vergaderde over arbeidsbeleid en beleid tegen racisme, maar ook problemen rondom de Roma populatie en regelingen om gastarbeiders terug te kunnen sturen. Tijdens de jaren ’90 verschoof de toon van het debat. Steeds vaker werd de nadruk gelegd op cultuur als punt waarop integratie kon slagen of mislukken. VVD-bekendheid Frits Bolkestein sprak in 1991 al van ‘politieke correctheid’ als reden dat partijen wegkeken van de problemen. De Nederlandse politiek als geheel bleef tot 1998 vastzitten in discussies over doelstellingen en de grenzen van de wet. Mag de overheid wel verplichtingen en regels bedenken die alleen voor migranten gelden? Pas onder het Paarse kabinet van Kok in 1998 werd de inburgeringscursus voor nieuwkomers verplicht. De PvdA deed dus mee met strenger beleid. GroenLinks had bezwaren tegen het opleggen van straffen. In de praktijk zijn er weinig straffen opgelegd.

Pim Fortuyn werd eind jaren ’90 bekend met harde en persoonlijke kritiek op o.a. de Paarse kabinetten. Hij verklaarde de integratieproblemen tot een strijd voor het voortbestaan van Nederland. Hij werd in 2002 vermoord, het jaar waarin zijn partij LPF meedeed aan de Tweede Kamerverkiezingen. Uiteindelijk leidde dat tot het kabinet Balkenende I, dat na drie maanden al viel. In het kabinet Balkenende II kreeg Rita Verdonk (VVD) in 2003 de leiding over integratie en migratie. Migranten werden zelf verantwoordelijk voor hun integratie en moesten zelf voor de cursus gaan betalen. Er kwam zelfs beleid dat immigranten verplichte te werken aan integratie voordat ze vertrokken. Gemeenten konden in de praktijk echter niet afdwingen dat het allemaal zo gebeurde. Eigenlijk werd zo het tegenovergestelde gedaan van wat Fortuyn wilde: hij wilde zo hard mogelijk ingrijpen in de wijken zelf, in plaats van de overheid op afstand plaatsen van het probleem.

In het kabinet Balkenende IV profileerde PvdA-er Ella Vogelaar zich met beleid om toch weer te investeren in integratie en leefbaarheid in de wijken. De kabinetten onder Rutte die volgden vonden telkens bezuinigen belangrijker dan fors investeren in preventie. Rutte zelf wilde nog wel eens gepeperde uitspraken doen zoals ‘doe normaal’ om niet te zacht over te komen. In 2013 en 2021 werd de wet voor inburgering weer aangepast, dat waren respectievelijk kabinetten met PvdA en D66+ChristenUnie. Met name in 2021 werden de eisen en verplichting tot zelf betalen voor de cursus minder streng. Al met al leek het beleid van de rechtse kabinetten niet te werken, waardoor de centrumcoalities het moesten aanpassen.

​Mythe 3: Links tolereert dat de islam vrouwen en homo’s discrimineert

Hoe bizar het ook klinkt, dat is min of meer wel wat populisten al lang beweren. Pim Fortuyn kwam met de term ‘cultuurrelativisme om links de hoofdrol te geven in zijn verhaal over een strijd tussen ideologieën. Links zou volgens hem niet bereid zijn om zelfs de meest strenge stromingen van de islam, waarin vrouwen als minderwaardig worden gezien, te bekritiseren. Deze mythe is kwaadaardig maar geniaal: Felle retoriek over de islam wordt zo gepresenteerd als de oplossing, en wie spreekt van racisme wordt beschouwd als deel van het probleem. Maar zo simpel is het niet. Vrijheid van godsdienst staat in de Grondwet en is van oudsher een liberaal idee. Daarnaast wil, en mag, de politiek geen beleid opstellen op basis van de overtuiging dat buitenlanders onbeschaafde barbaren zijn. Dit zijn ook kernwaarden van het humanisme.

Fortuyn probeerde in zijn boeken de cultuur van het Westen te definiëren als ‘joods-christelijk humanisme’. En dit vond hij het tegenovergestelde van de islam, een religie die hij niet los kon zien van de onvrije landen in het Midden-Oosten. Maar laten we niet vergeten dat juist het christendom tot aan het einde van de 20ste eeuw heel veel invloed had op genderrollen en het huwelijk. In 2000 nog hadden de confessionele partijen tegen het homohuwelijk gestemd. En homo ‘genezing’ komt uit christelijke gemeenschappen. Fortuyn deed alsof de emancipatie van vrouwen en homo’s helemaal af was toen de gastarbeiders kwamen. Bovendien was links actief bezig met de emancipatie van vrouwen binnen de minderheden. De ‘Rooie Vrouwen’ van de PvdA hadden dit eind jaren 90 al op de agenda staan.

​Mythe 4: Politieke correctheid voorkomt de aanpak van overlast en criminaliteit

Dit zou lachwekkend zijn als de waarheid me niet depressief maakte. Sinds wanneer zijn autoriteiten in Nederland bang om te discrimineren? Dit is het land waarin de belastingdienst niet bang is om nationaliteit of gecorreleerde kenmerken te verwerken in algoritmes. De toeslagenaffaire werd gedreven door databanken en uitdraaien met allerlei persoonlijke gegevens. Bij de politie worden soms ook de grenzen opgezocht bij het profileren van verdachten met buitenlandse afkomst. Amnesty International houdt hierover een dossier bij. In Nederland laten de autoriteiten zich niet weerhouden door angst om racistisch genoemd te worden, dat is wel duidelijk.

In het Verenigd Koninkrijk wijzen radicaal rechtse online persoonlijkheden naar een zaak waarin Pakistaanse criminelen kinderen lokten voor seksueel misbruik, zogenaamde grooming gangs. Het is nooit bewezen dat autoriteiten te laat ingrepen vanwege de afkomst van de verdachten. Het rapport dat dit zou moeten bewijzen heeft nooit verklaard waar het bewijs vandaan kwam. Populistisch rechts heeft altijd geprobeerd om links neer te zetten als te ‘zacht’ op het bestrijden van misdaad en voorkomen van fraude. Het past heel mooi bij de mythe van politieke correctheid als tirannie, maar daar is dus helemaal niets van waar.

Al sinds de jaren ’80 wordt criminaliteit vaker geassocieerd met buitenlanders. Drugsgebruik en alle verwante overlast en criminaliteit nam enorm toe in de grote steden tijdens die jaren ’80. De armere wijken, waar vaker arbeidsmigranten woonden, werden harder getroffen door deze crisis. Met name rechtse media heeft veel aandacht voor criminaliteit door allochtonen (tot aan 2015) en asielzoekers uit het mondiale zuiden (sinds 2015). Het gevoel van ‘de politiek doet er niets aan’ is door rechts ingezet om voornamelijk links de schuld te geven van alles dat er misgaat in de strijd tegen misdaad.

​Mythe 5: De ‘5de colonne (van de islam)’ en ‘omvolking’

Dit is het verhaal dat immigratie van moslims onderdeel is van een geopolitiek complot. Met als zogenaamd doel om de Europese wetten en cultuur steeds meer op islamitische gebruiken moeten gaan lijken. Dit verhaal een platform geven is een hondenfluitje dat men vaak ziet als de grens tussen rechts en extreemrechts. Met deze theorie wordt een beeld gecreëerd waarin onschuldige arbeidsmigranten en asielzoekers onderdeel zijn van een doelbewuste geopolitieke strategie. Elke moslim wordt zo bij voorbaat verdacht. Pim Fortuyn en Geert Wilders hebben deze theorie een plaats gegeven in de kern van hun ideologie.

De populatie van moslims in Nederland schommelde afgelopen decennia tussen de 5 en 6 %. Een aanklacht waarin een hele cultuur de hoofdverdachte is, valt niet echt te factchecken. De retoriek gaat niet over cijfers, maar het algemene gevoel van ‘je hoort bij ons, of bij hen’. Het is wel waar dat bepaalde salafistische internationale netwerken geld sturen naar bepaalde islamitische organisaties in Nederland. Meerdere malen laaide het debat over regels voor islamitisch onderwijs op. Maar het zijn niet linkse, maar de christelijke partijen die dwarsliggen tegen relevante maatregelen. Radicaal rechts had hiervan een punt kunnen maken in hun campagnes, maar die kans laten ze steeds liggen. Het enige plan dat radicaal rechts lijkt te hebben, is het vormen van een meerderheid voor ongrondwettelijk beleid tegen de islam. Pim Fortuyn wilde Artikel 1 beperken zodat de overheid buitenlanders kon spreiden over wijken in Nederland. Wilders wil beleid tegen alléén moskeeën en islamitische scholen.

​Slot

Al met al wordt alles dat met buitenlanders en vooral moslims te maken heeft verpakt in één overkoepelend verhaal van wantrouwen dat ook wordt gekoppeld aan misdaad, overlast en migratie. Deze manier van denken en vertellen over moslims en buitenlanders met een andere kleur dan wit is de norm geworden, moet ik helaas constateren. Samen vormen deze mythes een beeld waarin moslims constant allerlei foute dingen doen, en links steeds wegkijkt. Radicaal rechtse politici en rechtse mediaplatforms hebben er baat bij om dit te herhalen. Extreemrechts presenteert zo een simpele oplossing: stem links weg uit de politiek, dan kunnen we mensen met een kleur gaan ”””aanpakken”””. Mijn aanbeveling is om vaker te benoemen dat links nooit heeft weggekeken, maar juist heeft meegedaan met het vernieuwen van beleid dat heeft gefaald. En dat cultuur als het probleem benoemen, een echte oplossing in de weg staat.