Waarom aangiftes geen campagnemiddel moeten worden

Het is weer eens raak. Dinsdag 27 november kopte de NOS: ‘Partij voor de Dieren doet aangifte tegen Dijkhoff (VVD) om ballonnen’. Het fenomeen van de aangifte tegen een politieke partij of politicus is tegenwoordig wijdverspreid. Gekwetste individuen, maatschappelijke organisaties en vooral andere politieke partijen doen regelmatig aangifte naar aanleiding van uitspraken of acties van politici. Thierry Baudet heeft afgelopen februari nog aangifte gedaan tegen minister Kajsa Ollongren. Geert Wilders riep diezelfde maand op tot aangifte tegen voormalig PvdA-leider Diederik Samsom. Zelf heeft hij in 2014 nog ruim vijfduizend aangiftes moeten verduren over de welbekende ‘minder-minder’-uitspraken. Die zaak loopt momenteel nog in hoger beroep.

door Sjoerd-Paul Beenders, voorzitter van de Commissie Recht & Democratie

De ‘vercommercialisering’ van de aangifte past goed in de ontwikkelingen die de landelijke politiek de afgelopen jaren doormaakt. Het debat verplaatst zich steeds meer weg van het parlement en richting sociale media, en de laatste jaren dus ook richting de rechter. Het publieke domein wordt meer en meer een politieke arena waarin politici elkaar de maat nemen en hun eigen denkbeelden tentoonstellen aan een breed publiek. Dat is op zich niet direct een probleem; in zekere zin is een makkelijk toegankelijk, uitgebreid publiek debat een pijler van een gezonde democratie. Maar dat debat stelt wel eisen aan ons rechtssysteem. En daar is het misschien niet op ingesteld.

Vooropgesteld: de aangifte is een hulpmiddel voor eenieder die ‘kennis draagt’ van een strafbaar feit. Het staat iedereen in Nederland vrij om aangifte te doen wanneer een strafbaar feit is gepleegd. Het is dan ook niet de bedoeling dat deze wettelijke bevoegdheid ingeperkt wordt. Maar er kunnen terechte vragen gesteld worden over het gebruik van de aangifte in de landelijke politiek.

Dat heeft ten eerste te maken met het karakter van ons strafrecht. Het strafrecht is bedoeld als noodoplossing, of zoals juristen zeggen: ‘ultimum remedium’. Het strafrecht komt pas in beeld wanneer alle andere middelen uitgeput zijn. De gedachte hierachter is dat het strafrecht een grote ingreep in het leven van een ander inhoudt. Me dunkt dat in gevallen van politici die lukraak aangifte doen tegen elkaar, lang niet alle mogelijkheden verbruikt zijn. Om frustraties te ventileren hebben we de Tweede Kamer of desnoods verstuur je een tweet of roep je op tot een goed gesprek één-op-één. Het is niet de bedoeling dat het strafrecht als wapen wordt ingezet in politieke vetes: daar is het te veelomvattend, te belangrijk en daarnaast ook veel te duur voor.

Dat brengt mij tot het tweede punt. De aangiftes die politici naar elkaars hoofd slingeren, zijn grotendeels symbolisch bedoeld. De aantrekkingskracht van de aangifte zit hem in de eenvoud ervan: het is een kort maar krachtig statement: “wat jij doet, kan écht niet door de beugel!”. Zo wordt de aangifte een handig hulpmiddel voor politici en partijen die met een snelle soundbite, vluchtig georganiseerde persconferentie of een gelikt filmpje op Facebook willen scoren voor eigen achterban. De toegevoegde waarde van deze aangiftes is ook nihil: het komt zelden tot een daadwerkelijke vervolging, laat staan een veroordeling.

Het feit dat de aangifte tegenwoordig te pas en te onpas in het rond wordt geslingerd, zegt weinig over de inhoud van deze aangiftes: soms zijn die wel degelijk terecht. Denk daarbij aan de veroordeling van Geert Wilders over zijn eerdergenoemde uitspraken over Marokkanen. En zelfs voor het actuele geval van de Partij voor de Dieren valt wat te zeggen. Maar of een aangifte correct is, zegt niets over de (egoïstische) bedoelingen die erachter schuilen. Op deze manier maken politici misbruik van een goedbedoeld middel. Als we niet oppassen, verliest de aangifte haar waarde en haar nut in de publieke sfeer. Zo ging het met de motie van wantrouwen, zo zal het gaan met de aangifte. Politici moeten zorgvuldig gebruik maken van het recht dat zij toch ooit zelf hebben geschreven. Makkers, staakt uw wild geraas!

Afbeelding

lees ook

LVolg ons op facebook