OverDWARS en LAVA legden aan tien jonge kandidaten van GroenLinks-PvdA vragen voor over hun achtergronden en politieke visies. Vandaag:

Naam: Julian Bushoff

Voornaamwoorden: hij/hem

Geboorteplaats + jaar: Groningen, 1997

Kun je beginnen met jezelf voor te stellen?

Ik ben Julian Bushoff, 28 jaar, en ik woon in het prachtige Groningen — of zoals wij zeggen: Grunn. Een tip voor iedereen die jong is: kom vooral eens naar Groningen. De kroegen hebben geen sluitingstijden en de stad bruist dag en nacht. Echt, er is geen mooiere stad om te wonen.

Wat dreef jou om de politiek in te gaan?

Ik was weinig met politiek bezig vroeger, maar dat veranderde toen op het hoogtepunt van de vluchtelingencrisis vanuit Syrië een jongetje aanspoelde op het strand van Griekenland. Alan, heette hij. Een sprekend en pijnlijk beeld dat de hele wereld over ging. Dat staat me nog heel helder voor de geest. Hij was 3 jaar, een jongetje zoals ik was geweest. Misschien voetbalde hij in Syrië op pleintjes zoals ik dat vroeger in Beijum deed. Ik kon voor mezelf toen − en nog steeds − de vraag niet beantwoorden waarom hij puur en alleen omdat hij op een andere plaats is geboren niet dezelfde kansen heeft gekregen als ik. Ik vond dat zo onrechtvaardig, het zette me extra aan om politiek actief te worden.

Je ziet die kansenongelijkheid binnen Nederland ook. We hebben scholen in mijn eigen Groningen waar kinderen alle kansen van de wereld krijgen, maar ook scholen waar een mand met eten staat voor kinderen die thuis geen ontbijt krijgen omdat er geen geld is. Ik vind het onverteerbaar dat waar je wieg staat uitmaakt welke kansen je krijgt. Dat moeten we bestrijden.

Wie is jouw politiek idool?

Ik heb niet echt één politiek idool, maar ik heb wel veel bewondering voor wat politiek kan betekenen in het leven van mensen. Het is indrukwekkend hoe goed beleid echte verandering kan brengen. Een mooi voorbeeld daarvan is de tijd van Joop den Uyl, toen met de invoering van de huursubsidie wonen bereikbaar werd gemaakt voor lage en middeninkomens. Dat was destijds een groot succes, een fundament waar we vandaag de dag nog steeds op voortbouwen. Maar juist nu hebben we weer zo’n doorbraak nodig om ervoor te zorgen dat iedereen een betaalbaar dak boven het hoofd heeft. Inspiratie voor het heden!

Hoe zou jij je eigen politieke stijl omschrijven?

Ik vind het belangrijk om buiten de vergaderzaal te horen wat er écht speelt bij mensen. Daar begint politiek voor mij. Of het nu gaat om mensen die worstelen met Long Covid, Groningers die nog steeds wachten op rechtvaardigheid, of jongeren die geen huis kunnen vinden, daar moet je zijn om te begrijpen waar het misgaat. Mijn stijl is actiegericht: luisteren, in beweging komen en zorgen dat er iets verandert.

Voor welk onderbelicht thema moet er meer aandacht komen?

Voor de mensen met de zachte stem. De mensen die niet het hardst schreeuwen, maar wel vaak het moeilijkst rondkomen of zich niet gehoord voelen. Politiek moet gaan over die grote sociale meerderheid. Dáár hoort de focus te liggen.

Hoe ziet jouw ideale coalitie eruit? Geef een idealistisch en, gezien de peilingen, realistisch antwoord.

Idealistisch gezien wil ik een coalitie van partijen die Nederland echt vooruit willen helpen: partijen die samen zorgen voor meer betaalbare woningen en een loon waarmee je vooruit kan. We moeten het land weer vooruit brengen na die bak stilstand van de afgelopen periode.
Het hang natuurlijk af van de uitslag. Het doel is dat je na de verkiezingen niet om GroenLinks-PvdA heen kunt. Dan kunnen we vervolgens aan tafel met partijen die bereid zijn samen te werken aan een socialer en eerlijker Nederland. In de Kamer werk ik nu al goed samen met partijen als de SP, CDA en D66, daar liggen mijns inziens zeker aanknopingspunten om met een duidelijke stip op de horizon aan de slag te gaan.

Het vertrouwen in de politiek is historisch laag. Als je Tweede Kamerlid wordt, hoe ga je hiermee om?

Ik snap heel goed waarom dat vertrouwen laag is. Mensen zien dat grote problemen, van de woningnood tot de stijgende zorgkosten en de klimaatcrisis, niet worden opgelost, maar dat er vooral wordt geruzied en geschreeuwd.
Ik wil juist laten zien dat politiek wél verschil kan maken, door inhoudelijk te werken en resultaten te boeken. In Groningen heb ik gezien wat er gebeurt als de overheid tegenover mensen komt te staan in plaats van naast hen. Dat moeten we doorbreken. De overheid moet weer een bondgenoot van haar inwoners worden, niet een tegenstander.

Welke rol zou de (nieuwe) PJO moeten hebben binnen de partij?

De PJO moet jongeren betrekken, actievoeren en zichtbaar zijn: de straat op, de wijk in. Tegelijk moet de jongerenorganisatie de luis in de pels van de partij zijn: scherp houden, uitdagen en vernieuwen. Zo blijft de partij fris en lekker in verbinding met jongeren in Nederland.

Stel jezelf een bonusvraag!

Als jongeren het voor het zeggen hadden, wat zou jij dan veranderen?

Dan zou ik ervoor zorgen dat wonen weer betaalbaar wordt, dat louche pandjesbazen worden aangepakt en dat het minimumjeugdloon wordt afgeschaft. Iedereen van 18 en ouder verdient een volwaardig loon – je boodschappen kosten tenslotte net zoveel als die van iemand van 22 of 42.