Het Europees parlement heeft afgelopen november een initiatiefwetsvoorstel aangenomen om jongeren te beschermen tegen de manipulatieve werking van sociale media door middel van strenge leeftijdsgrenzen en een verbod op verslavende ontwerpen voor minderjarigen. Hoewel dit een nobel streven is, heb ik daar een ander soort voorstel op: een gelaagd model dat niet alleen de jeugd beschermt, maar de verslavende macht van het algoritme voor álle gebruikers breekt en jongeren via een media-rijbewijs de regie over hun eigen digitale leven teruggeeft.

Bescherming is geen luxe, maar een noodzaak

De noodzaak om in te grijpen wordt steeds duidelijker. Hoewel de wetenschap het nog niet eens is over de langetermijneffecten van sociale mediagebruik, is het het risico niet waard om te wachten met ingrijpen. De signalen zijn niet positief: voor sommige jongeren is intensief gebruik van sociale media geassocieerd met ernstige mentale problematiek, met name onder minderjarige meiden. Daarnaast kan verslaving aan sociale media leiden tot een minder goede aandachtsspanne en slechtere leerprestaties. Het gaat hier niet alleen om de content zelf, maar om het fundamentele ontwerp van de platforms.

Short-form content, zoals TikTok, is ontworpen om de spanningsboog te minimaliseren en de schermtijd te maximaliseren. Op scholen waar inmiddels een telefoonverbod geldt, rapporteren leraren en leerlingen een verbetering in sociale vaardigheden en de onderlinge sfeer.

Dit roept de vraag op of we bereid zijn de gezondheid van een generatie te riskeren voor de kortetermijnwinst van grote techbedrijven. Een gezonde jeugd is immers heel erg belangrijk voor een goede toekomst, zowel sociaal als economisch.

Waarom een verbod complex is

Tegenstanders van het verbod hebben vaak praktische en ethische bezwaren. Ten eerste maken zij zich vaak zorgen over of een verbod wel te handhaven is. Leeftijdsverificatie is technisch lastig te regelen en roept zorgen op over de privacy van de gebruikers. Daarnaast vinden tegenstanders dat de verantwoordelijkheid hoeveel mensen hun kinderen online laten bij de ouders moet liggen en dat kinderen weerbaarheid moeten leren om met deze platforms om te gaan. Dit zijn valide zorgen, die ik meeneem in mijn voorstel.

Ook wordt vaak het VN Kinderrechtenverdrag aangehaald, waarin staat dat kinderen recht hebben op informatie en communicatie. Mensen zijn bang dat een verbod dit recht in gevaar zou brengen. Dit laatste argument is echter een eenzijdige interpretatie van het verdrag. In artikel 17 van het VN Kinderrechtenverdrag staat inderdaad dat landen de toegang tot informatie moeten vrijhouden, maar het verdrag benadrukt ook expliciet de plicht om kinderen te beschermen tegen materiaal dat schadelijk is voor hun welzijn. In een wereld waar verslaving niet een bijproduct is, maar het verdienmodel, is bescherming geen inbreuk op rechten, maar het uitvoeren van een democratische zorgplicht.

Een oneerlijke strijd

Ik denk daarentegen dat mensen die vinden dat ouders het zelf moeten regelen, onderschatten hoe verslavend deze algoritmen zijn. Een ouder die de schermtijd probeert te beperken, neemt het op tegen super verslavende algoritmes, ontworpen door de knapste koppen in de wereld om verslavend te zijn. Bij sigaretten en alcohol hanteren we ook een leeftijdsgrens, omdat we weten dat deze het brein van kinderen schaden. We moeten erkennen dat bij sommige van deze sociale media de verslaving het product is. Zelfs bij de Chinese versie van TikTok, waar men voor jeugd tijdslimieten hanteert en enkel educatieve content laat zien, raken mensen verslaafd en hebben ze leerproblemen als gevolg van overmatig gebruik (vaak ook omdat kinderen het account van ouders gebruiken). Het beschermen van de mentale gezondheid van deze generatie is belangrijker dan de winst van een paar grote bedrijven.

Een gelaagd model

Hoe moeten we dit dan oplossen? Voor een oplossing die alle zorgen het hoofd biedt, pleit ik voor een leeftijdsgerichte, stapsgewijze aanpak. Ten eerste moeten we, het liefst EU-breed, techbedrijven dwingen om drastisch te verminderen hoe verslavend hun algoritmes zijn, het liefst voor alle gebruikers. Dit kan onder andere gedaan worden door een verbod op het bijhouden wat een gebruiker doet voor advertenties, het uitzetten van autoplay en het uitzetten van oneindige kunnen scrollen. Er is een goede kans dat de EU groot genoeg is om dit af te dwingen bij techbedrijven, zo heeft laatst een Nederlandse rechter Meta al gedwongen om een ‘friends only’ pagina te maken.

Ten tweede moeten we een speciale versie van deze platforms laten maken voor kinderen in hun vroege tienerjaren. Deze versies moeten ongepaste content weren en tijdslimieten hanteren. Je hebt nu al bijvoorbeeld “Youtube Kids”, waarin bepaalde expliciete content niet toegankelijk is er tijdslimieten gelden. In deze versie van de apps kunnen kinderen wel chatten met elkaar en hun ouders, dus het praktische bezwaar van minder kunnen communiceren gaat niet op. Omdat er kinderen op deze apps in principe gewoon toegang hebben tot informatie, maar ze alleen beschermd zijn tegen verslavende werking en expliciete content, is deze maatregel niet in strijd met het VN kinderrechtenverdrag.

Toegang tot de volwassen versie van de sociale media apps moet samengaan met het behalen van een certificaat op school hiervoor, een soort ‘rijbewijs’. Dit zou een standaard onderdeel zijn het lesprogramma op elke school, het liefst in de hele EU. Kinderen moeten vanaf jonge leeftijd al leren hoe ze sociale media navigeren, desinformatie herkennen en overmatig gebruik tegengaan. Het doorlopen van deze lessen zou verplicht zijn voor leerplichtigen. Vanaf je vijftiende krijg je sowieso toegang. Op deze manier is er geen drempel voor kinderen die niet naar school kunnen of de toets niet kunnen halen. De technische uitvoering hiervan verloopt via een anonieme Europese digitale portemonnee op de telefoon van de leerling. Door gebruik te maken van ‘Zero-Knowledge Proofs’ kan een jongere aan een platform bewijzen dat zij het rijbewijs hebben behaald en de juiste leeftijd hebben, zonder dat er ook maar één persoonsgegeven zoals een naam of geboortedatum wordt gedeeld. Zo kan ook de privacy van gebruikers worden gewaarborgd, omdat zowel techbedrijven als de overheid niet kunnen zien van wie het bewijs is. Het techbedrijf krijgt enkel een JA of een NEE te zien.

Hoewel het dan nog steeds mogelijk is om als kind op het apparaat van je ouders de volwassen versie te gebruiken, is het verboden, waardoor ouders het minder snel zullen toestaan. Daarnaast zal ook de volwassen versie minder verslavend zijn mochten deze voorstellen uitgevoerd worden.

Conclusie

Dit voorstel is een meer grondige, handhaafbare en privacy vriendelijke variant dan wat er nu door het Europees parlement is aangenomen. Door bescherming te combineren met onderwijs, creëren we een omgeving waarin de nieuwe generatie niet alleen beschermd wordt tegen verslaving, maar ook weerbaar is tegen toekomstige verslaving en desinformatie. Op deze manier krijgen we een meer verbonden en nieuwe generatie, die klaar is voor de toekomst. Het is tijd om de gezondheid van onze kinderen en van de bevolking in het algemeen boven de economische groei van Tech giganten te plaatsen.