Verkiezing op verkiezing wordt gewonnen door radicaal-rechtse krachten. Maar in Spanje is links verre van verslagen. Daar voert de regering van Sanchéz onbeschaamd links beleid uit. Door te strijden tegen ongelijkheid en te breken met de leer van ‘ieder voor zich en allen voor de rijken’ laten de Spanjaarden ons zien dat het ook anders kan. Spanje is daarin totaal anders dan ons eigen land. Terwijl hier de werkende klasse al jarenlang de dupe is van meedogenloze bezuinigen op haar sociale zekerheid worden de rechten van werknemers in Spanje juist versterkt. Het minimumloon steeg met meer dan 60 procent, de belasting op topinkomens werd verhoogd en grens doorbrekende solidariteit werd getoond met het Palestijnse volk. Een onmisbaar figuur maakt dit mogelijk, en nee, het is niet Sánchez maar een nogal onbekende politica: vicepresident Yolanda Díaz. Trouw aan haar idealen stuurt en duwt Díaz de regering van binnenuit naar links. Maar wie is deze vrouw? Hoe werd de dochter van communistische vakbondslieden hét gezicht van links-Spanje? Wat kunnen we van haar leren?

Zo word je lekker link(s)

Yolanda Díaz werd in 1971 geboren in een stad in het noorden van Spanje, Ferrol. Ooit was Ferrol het bonkende hart van de Spaanse schipindustrie, maar in de 20ste eeuw verviel Ferrol in armoede. De ondergang van Ferrol was vrijwel onmogelijk tegen te gaan in een land waar er geen democratie bestond. Sterker nog, Ferrol was de geboorteplaats van de fascistische dictator Franco. Hij hield een ijzeren grip op zijn geboortestad; vakbondslieden en andere opstandige burgers werden opgesloten en soms zelfs vermoord. Toch schrikte hij de ouders van Díaz niet af, ze sloten zich aan bij de vakbeweging, omarmden het communisme en verzetten zich tegen de dictatuur van Franco. Yolanda’s vader werd zoals velen van zijn kameraden naar de gevangenis gestuurd vanwege zijn verzet. Mede door het verzet van haar ouders groeide Diáz op met een sterk gevoel voor rechtvaardigheid en een hoop voor een betere wereld.

Maar om die wereld te realiseren moest ze natuurlijk wel eerst na school! Ze verdiepte zich in het arbeidsrecht aan de Universiteit van Santiago en haalde daarna nog drie diploma’s. Vervolgens richtte ze haar eigen advocatenkantoor op waarmee ze de strijd voor betere werknemersrechten in eigen handen nam. In 2012, het jaar waarin de rechtse regering in Spanje begon met een massale afbraak van werknemersrechten, begon Yolanda haar politieke carrière. Een carrière die uiteindelijk zou leiden tot haar rol van vicepresident. Eerst won ze samen met haar linkse-alliantie de regionale verkiezingen in Galicië. Het regionale parlement werd een socialiste rijker. Drie jaar later volgde een zetel in het nationale parlement. In 2019 werd ze een van de belangrijkste stemmen voor een brede linkse samenwerking. Als een prominente voorvechtster voor een gezamenlijke linkse kieslijst geloofde Diáz dat een verenigd links blok de macht zou veroveren. Van dit verenigd blok kwam weinig, maar Díaz politieke carrière leidde er niet onder. Ze zette haar strijd voor werknemersrechten voort, niet meer in de (slecht zittende) bankjes van de oppositie, maar op de hoogste verdieping van het Ministerie van Arbeid.

Een minister die echt werkt?…

In haar eerste publieke toespraak als minister van Arbeid maakte Diáz haar koers duidelijk: ‘Wij gaan de rechten van werknemers herstellen.’ Een uitdagende klus, aangezien dit het laatste is waar fabrieksbazen op zitten te wachten. Toch liet Díaz haar mandaat niet rechts liggen. Ze voerde maatregel na maatregel door om de positie van werknemers te versterken en draaide het neoliberale beleid van vorige regeringen terug. Maar Díaz is niet alleen tegen asociaal beleid, maar ook vooral voor sociaal beleid. Het genie van haar sociale agenda werd duidelijk tijdens de pandemie. Miljoenen werknemers werden niet ontslagen, maar gekort op hun werktijd. Yolanda voerde een tijdelijke schorsing in waarin de overheid en werkgevers gezamenlijk het salaris van werknemers alsnog uitbetaalde.

Maar haar politiek is niet slechts een politiek voor de witte Spanjaar, ze zet zich al jarenlang in voor de rechten van migranten, in een tijd waarin radicaal-rechts het ‘migratie-debat’ domineert blijft zij onbeschaamd staan voor de rechten van asielzoekers en migranten, op 15 april sleepte ze een kroonjuweel binnen: 500,000 migranten zonder papieren kregen een verblijfsvergunning en een menswaardig bestaan. Yolanda realiseert zich ook dat het, als vertegenwoordiger van de linkse flank van de coalitie, haar taak is om de coalitie scherp te houden. Toen een schandaal losbrak waarin bleek dat de Spaanse regering een lopend aanschaffingscontract had met een Israëlisch wapenbedrijf, groeide de spanning binnen de coalitie in een rap tempo. Díaz eiste een onmiddellijke annulering van het contract: De makkelijkste politieke optie mocht het niet winnen van morele principes. Díaz blijft dan ook de luidste stem van het verzet tegen de militarisering van de economie, inclusief de Trump-taks. Het is denk ik wel duidelijk dat Díaz meer is dan minister van Arbeid; Yolanda is minister van het nationale geweten.

Meer Idealisme, minder schaamte

Yolanda Díaz is het levende bewijs dat je met een links geweten en politiek wel degelijk verder komt dan de oppositiebankjes. Waar komt dan het beeld vandaan dat idealistische politiek per se onhaalbare politiek is? Nog steeds domineert de valse tegenstelling tussen idealistisch en ‘bestuurlijk’ links het debat binnen en buiten onze partij. Onbeschaamde linkse politiek is winnende politiek: In New York voerde Zohran Mamdani campagne met een duidelijke linkse boodschap, in Amsterdam won GroenLinks-lijsttrekker Zita Pels de verkiezingen met de slogan ‘Stem Links: GroenLinks’, en in Nijmegen boekte ecosocialist Quirijn Lokker een winst van 15 zetels met zijn knallend links-progressief verhaal. De politiek die Díaz en anderen bedrijven zegt niet dat alles tegelijkertijd mogelijk is, of dat systeemverandering binnen een dag kan. Maar de kern van idealistische politiek is dat met elke stap die we nemen, we onze linkse waarden onbeschaamd blijven verkondigen, en we (hoe verleidend het ook is) ons einddoel nooit vergeten: een klasseloze samenleving, met vrijheid en gelijkwaardigheid voor ons allemaal.