Ughh economie, we weten het; het meeste wat je erover hoort is nogal oninteressant. Maar vrees niet! We zijn hier niet om te praten over schaarste en behoeftes, zoals velen “economen” je wijs proberen dat dat het enige is waar economie over gaat. Wij zijn hier om te praten over de economie als een systeem dat bepaalt hoe, wat, waarom en waar we produceren, maar bovenal hoe dit verdeeld wordt en wie er structureel verliest en wint.

Als wij kijken naar hoe we dat systeem de komende 50 jaar willen inrichten, zodat we stoppen met het verwoesten van onze planeet en tegelijk iedereen meer zeggenschap geven over hoe diens arbeid eruit ziet en waarvoor het gebruikt wordt, komen we toch weer uit bij ons favoriete woord: Ecosocialisme! In februari hebben we een kort stuk geschreven over wat wij verstaan onder het ecosocialisme. Omdat ons vorige stuk voornamelijk introducerend en zonder diepgang was, en er sindsdien tijdens het GroenLinks congres een motie is aangenomen om “de principes en idealen van het ecosocialisme centraal willen stellen in de grondbeginselen van de nieuwe partij”, gaan wij in dit artikel dieper in op hoe een democratische ecosocialistische samenleving eruit zou kunnen zien. Natuurlijk begrijpen we dat woorden als ‘democratisch’ vele verschillende betekenissen kunnen hebben voor verschillende mensen, daarom in het kort: democratisch = we bepalen samen hoe en wat de politiek en economie doet; eco = we geven prioriteit aan het tegengaan van de planetaire crisis en het onderhouden van een rechtvaardige en eerlijke relatie met de natuur en planeet door economische herinrichting; socialisme = we willen gemeenschappelijk eigendom van de productiemiddelen, zoals machines, software en grondstoffen.

Democratisch

Op politiek vlak werkt onze samenleving al deels democratisch: een groot deel van de bevolking mag stemmen op volksvertegenwoordigers, er is vrijheid van meningsuiting en pers en iedereen is gelijk voor de Grondwet. Maar, helaas heeft ook in de politiek niet iedereen evenveel te zeggen. Economische macht, dat kan voortkomen uit het hebben van veel geld of een groot bedrijf, vertaalt zich nog altijd in politieke macht. In de Verenigde Staten is dit heel duidelijk te zien, maar ook in Nederland zie je dat rijke mensen grote donaties geven aan partijen zodat deze hun wensen in beleid omzetten. De vastgoedondernemer Van Zadelhoff organiseerde een fondsenwervingsdiner dat meer dan een miljoen euro ophaalde voor de VVD en zegt hierover: “Wat wij willen, is wederzijds begrip tussen politiek en bedrijfsleven over bepaalde onderwerpen. De politiek heeft onvoldoende kennis over de onderwerpen waarover ze moeten beslissen.”.

Tegelijkertijd worden de belangen van de rijken vaak boven die van de werkenden gezet, waardoor de staat niet de belangen van de meerderheid dient. Over het algemeen beschermt de staat bijvoorbeeld eigendom beter dan levens. De Belastingdienst bestempelt liever onschuldige burgers als fraudeurs, dan dat zij optreedt tegen belastingontduiking. Doordat economische vraagstukken steeds meer worden overgelaten aan ‘economische experts’ in plaats van volksvertegenwoordigers, bijvoorbeeld door de privatisering van economische instellingen, zoals banken die nu functioneren als winstmachines in plaats van nutsvoorzieningen, hebben wij ook steeds minder democratische controle over de economie. Tot slot, ook de bouwstenen van de economie, bedrijven, zijn niet democratisch. Werknemers hebben weinig te zeggen over hoe hun arbeid wordt ingezet door het bedrijf. Dat het inspraakrecht van werknemers structureel weinig aandacht krijgt, blijkt onder andere uit dat er niet wordt gehandhaafd op het hebben van ondernemingsraden, terwijl deze wel wettelijk verplicht zijn. 30 procent van de bedrijven houdt zich dan ook niet aan de wet en hebben geen ondernemingsraad.

Als we het hebben over het democratiseren van de economie is het heel belangrijk dat we ons beseffen dat de overgrote meerderheid, bijna 90%, van de producten die in Nederland worden gebruikt in het buitenland worden gemaakt. Als je onze economie, oftewel de manier waarop we met producten omgaan, wilt democratiseren, kun je dus niet stoppen bij onze eigen landsgrenzen. Niet alleen zul je over de grenzen van landen heen moeten kijken, maar ook de grenzen van hoeveel er te bereiken valt met wetten: je ziet tegenwoordig al dat bedrijven wetten rondom goede arbeidsvoorzieningen omzeilen door hun bedrijf op te knippen in allemaal kleine bedrijven en gebruik te maken van schijnzelfstandigen. Als dit ook gebeurt met wetten rondom democratisering, zullen mensen waarschijnlijk alleen over een heel klein stukje van hun productie kunnen bepalen en niet het grotere plaatje.

Deze kwetsbaarheden willen we tegengaan door de versterking van de democratie in onze samenleving. Ten eerste moet economische macht, oftewel geld, beter verdeeld worden. Naast dat je door het democratiseren van bedrijven kunt verwachten dat zij hun winst eerlijker zullen verdelen, kan hiervoor ook progressievere belasting op vermogen en winst worden ingezet. Ten tweede, en dit is een stuk lastiger, willen we de overheid zo omvormen dat deze zich echt inzet voor de meerderheid van de mensen. Dit kan door overheidsbeleid democratischer te maken, bijvoorbeeld via burgerberaden. Ook zal het nodig zijn om oude instituten, die bijvoorbeeld nog voortkomen uit het koloniale tijdperk, zoals het Internationaal Monetair Fonds en de politie, op te heffen en nieuwe instituties te bouwen met ecosocialistische en dus de-koloniale en feministische waarden. Ten derde willen we basisvoorzieningen waar wij afhankelijk van zijn voor ons welzijn, zoals zorg, huisvesting, onderwijs, veiligheid en sociale zekerheid en economische instellingen, zoals (internationale) banken en verzekeraars in publieke handen. Dit kan via coöperaties, stichtingen of de overheid, maar hoe dan ook niet in de handen van enkele kapitalisten. Ook hier zouden bijvoorbeeld burgerberaden een rol kunnen spelen. Om zo ook bedrijven te democratiseren, zouden wij arbeidersraden of coöperaties eisen. Deze parlementen van de werknemers binnen bedrijven zouden kunnen overleggen wat en hoe er geproduceerd wordt en hoe de winst van het bedrijf wordt benut. Daarnaast zouden de werknemers het bestuur zelf kunnen kiezen. Het oude Joegoslavische Natron (1949-1965) zou als inspiratie kunnen dienen, hier werd op alle lagen democratisch gewerkt. De teams (‘economsiche eenheden’) kwamen maandelijks in vergaderingen bijeen om de productie cijfers te bespreken of te stemmen over personeelszaken, zoals promoties. Het hoogste orgaan, het zogenaamde arbeidersparlement, werd door de werknemers verkozen en stelde jaarplannen voor het bedrijf vast. Ook zijn er tegenwoordig voorbeelden van democratisch bestuur van werk, neem bijvoorbeeld coöperaties zoals schoongewoon. Deze coöperatie is eigendom van de schoonmakers die gezamenlijk bepalen over het bestuur van het bedrijf en de verdeling van de winst. Omdat veel van de huidige bedrijven internationaal werken, moet er voor worden gezorgd dat deze bedrijven een goede en democratische structuur met een internationaal karakter krijgen, zodat internationale democratie wordt gegarandeerd.

Eco

Deze democratisering van bedrijven en de economie zou ook voordelen kunnen bieden voor onze planeet. Een van de grote gevaren voor onze planeet is de overmatige productie en consumptie in het Globale Noorden: de VS, Australië, Canada, Japan, Zuid-Korea, Israël en de rijke landen in Europa. Dit kost meer grondstoffen dan de aarde ons kan bieden en ontzettend veel energie. Ook voor hernieuwbare energiebronnen, zoals windmolens en zonnepanelen zijn heel veel (zeldzame) grondstoffen nodig die uit de aarde moeten worden gehaald en na hun levensduur voor heel veel afval zorgen. Over 5 jaar zullen we bijvoorbeeld 40.000 ton afgedankte zonnepanelen moeten verwerken, in 2050 zal dit 120.000 ton zijn. Hierdoor zijn ook deze energiebronnen niet duurzaam en putten zij Moeder Aarde uit. Daarom is de beste manier om de economie in Nederland en de EU duurzaam te maken, het grondstof- en energieverbruik te verminderen.

Het democratiseren van bedrijven en het meer betrekken van werknemers bij hun werk kan hieraan bijdragen. Een parlement van arbeiders heeft namelijk andere belangen dan kapitalisten, die voornamelijk uit zijn op winst. Daarom zal het voor de werknemers ook logischer zijn om spullen te produceren die nuttig zijn en niet enkel producten die winst opleveren. Hierdoor zullen minder en andere grondstoffen worden gebruikt, wat de planeet ten goede komt. Onderzoek heeft laten zien dat met slechts 30% van de huidige wereldwijde productiecapaciteit de hele mensheid verzorgt kan worden van een goede levensstandaard, zoals o.a. gezond voedsel, een koelkast, een wasmachine en een laptop. Oftewel, 70% van de wereldwijde productiecapaciteit wordt gebruikt voor het maken van spullen die onze levensstandaard niet per se verbeteren. Het overgrote deel van deze verspilde productie wordt door rijke landen gestolen van andere landen. Voor de Nederlandse economie worden 10 miljoen mensen in het buitenland uitgebuit, die daardoor niet kunnen produceren voor hun eigen levensbehoeften.

Daarnaast wordt van democratische processen vaak gezegd dat deze langzaam lopen. Hoewel het misschien tegenstrijdig klinkt, kan dit juist helpen om de economie duurzamer te maken. De hoge snelheid van de huidige economie, bijvoorbeeld dat voor elk ‘seizoen’ weer een hele nieuwe stapel kleding wordt geproduceerd, kost heel veel energie en grondstoffen wat onze planeet kapot maakt. Door de economie te ‘vertragen’ door meer mensen samen te laten nadenken en beslissen wat, hoe, wanneer en waar wordt geproduceerd, zal er minder energie en grondstoffen nodig zijn.

Terwijl een deel van de economische macht aan werknemers wordt toegeschreven, zal een groter deel van de economische macht meer bij de democratische staat gaan liggen. Tegenwoordig kunnen personen en bedrijven hun economische macht gebruiken om de politiek zo te beïnvloeden dat deze voor winst boven mensen kiest, als deze macht zou wegvallen zal het voor de politiek makkelijker zijn om klimaatmaatregelen te nemen. Om weer binnen de grenzen van wat de planeet aan kan te komen, zullen lokale, nationale en internationale overheden duidelijke plannen moeten maken en toepassen.

Socialisme

Wij noemden het eerder al kort, centraal in het socialisme staat het veranderen van eigendomsstructuren, voornamelijk van het eigendom van productiemiddelen en de opbrengsten van deze productiemiddelen. Productiemiddelen kunnen worden gezien als al het niet-menselijke dat nodig is om waarde te produceren. Onder de definitie van productiemiddelen vallen de grondstoffen die tot een eindproduct worden verwerkt, zoals katoen of ijzer, maar ook data. Een ander deel van de productiemiddelen zijn arbeidsmiddelen. Dit zijn alle dingen die de arbeid mogelijk maken, zoals de machines, computers (hard- en software) en gereedschap. Als ik een jas wil maken omdat het winter wordt, heb ik daarvoor stof nodig (grondstoffen) en gereedschap zoals een naaimachine (arbeidsmiddel). Als ik niet het geld heb om deze te kopen, kan ik geen jas maken.

Op het moment hebben de kapitalisten (bedrijfseigenaren) deze productiemiddelen in handen en zij geven anderen alleen toegang tot deze middelen als die daar geld voor geven of voor hun gaan werken. Zo worden mensen gedwongen om in dienst van kapitalisten te werken om zo toegang te krijgen tot productiemiddelen die hun in staat stellen om dingen te produceren die het leven mogelijk maken. En omdat de kapitalisten weten dat zij deze macht hebben, kunnen zij deze arbeiders uitbuiten en bijvoorbeeld meer arbeid van hun eisen dan waarvoor zij betaald krijgen. Uit deze extra-arbeid waarvoor niet betaald wordt (in Marxistische termen: surplus value) halen de kapitalisten hun winst, die ze dan voor eigenbelang gebruiken om nog meer productiemiddelen te kopen. Als je dit systeem lang door laat gaan, zul je merken dat de groep die niets bezit steeds groter wordt, terwijl de groep die wel bezit, steeds meer gaat bezitten en steeds kleiner wordt. Het uitbuiten van mensen de planeet zorgt dus voor een steeds grotere (financiële) ongelijkheid.

Het socialistische idee is om deze productiemiddelen in publieke handen te plaatsen. Dan heb je bijvoorbeeld naaimachines die door de gemeenschap worden beheerd en die je kunt gebruiken als je die nodig hebt. Op grotere schaal, of voor machines die meer expertise nodig hebben, kan een collectief systeem worden opgezet waarin de productiemiddelen eigendom zijn van een democratische overheid of van een democratisch collectief. Dit is wat vaak gebeurt in coöperaties, maar ook democratisch bestuurde stichtingen kunnen hier vorm aan geven. Doordat het eigendom gecollectiviseerd is, wordt ook het zeggenschap hierover gecollectiviseerd, Bijvoorbeeld via arbeidersraden of gemeenteraden. Als eigendom gecollectiviseerd is, is het cruciaal dat het zeggenschap hierover, door de overheid of de arbeidersraad, democratisch is en dus ook de belangen van minderheden worden beschermd.

Een democratische ecosocialistische samenleving zal nooit perfect zijn. Machtsverschillen op de werkvloer zullen blijven bestaan door lokale omstandigheden. Het idee is dat over het algemeen de macht eerlijker is verdeeld en dat iedereen inspraak kan hebben in diens omgeving. Hoe je (geweldloos) bij zo’n democratisch ecosocialistische samenleving komt, blijft een grote vraag.

Mocht je willen doorpraten over onderdelen van het ecosocialisme of de huidige economie waar je tegenaan loopt. Of heb je vragen over bijvoorbeeld hoe het ecosocialisme zich verhoudt tot het communisme of de-kolonialiteit? Kom vooral langs bij een vergadering van de commissie economie of mail naar economie@dwars.org!