Motie Discussie over het leenstelsel

Constaterende dat

  • GroenLinks instemde met het leenstelsel om zo lenen voor studie onder meer sociale omstandigheden te laten plaatsvinden en met de belofte dat de vrijgemaakte gelden zouden worden geïnvesteerd in de kwaliteit en toegankelijkheid van het onderwijs.
  • De sociale voorwaarden waaronder GroenLinks het leenstelsel steunde worden ondermijnd door de renteverhoging op studieschuld. Dit leidt ertoe dat het bedrag dat studenten moeten terugbetalen zal toenemen. Dat kost 5000 euro voor gemiddelde schuld. Dat is 12 euro per maand 35 jaar lang.
  • De investeringen in de kwaliteit van onderwijs onvoldoende gemaakt zijn. De Algemene Rekenkamer heeft geconcludeerd dat in totaal maar een derde van de voorinvesteringen herleidbaar geïnvesteerd zijn binnen de afgesproken kaders. Daarnaast wordt er gekort op de lumpsum (gelden voor materiaal en personeel) en op onderwijs in het algemeen met de doelmatigheidskorting.
  • De toegankelijkheid van het onderwijs sinds de Wet Studievoorschot is afgenomen. Uit rapporten blijkt dat er minder hbo en WO studenten doorstromen naar een master. Het percentage eerstegeneratiestudenten (studenten waarvan ouders niet hebben gestudeerd) in het hoger onderwijs neemt af. De doorstroom van mbo studenten met een migratie achtergrond naar het hbo neemt af.
  • Niet alleen de toegang tot het hoger onderwijs wordt beperkt, maar ook het succes van bepaalde groepen studenten als zij zijn ingestroomd. Studenten met een functiebeperking hebben nog steeds vaker dan anderen een studieachterstand. Studenten met ouders met een lager opleidingsniveau of inkomen hebben grotere kans op uitval en switch. Dit geldt ook voor studenten met een niet-westerse migratieachtergrond. Kinderen van hoogopgeleid en/of meer welvarende ouders gaan anderhalf keer zo vaak naar het buitenland voor (een deel van de) studie. Eerstegeneratiestudenten vervullen minder vaak een bestuursfunctie en nemen minder vaak deel aan een excellentietraject.

Overwegende dat

  • De beloftes die werden gedaan aan GroenLinks, waardoor het leenstelsel werd gesteund, betreffende het sociale karakter van het leenstelsel, de kwaliteitsinvesteringen en de toegankelijkheid van onderwijs, niet worden nagekomen.
  • Financiële prikkels nooit ten grondslag mogen liggen aan de keuze om wel of niet (door) te studeren.
  • Er geen interne discussie is geweest over financieringsvormen van studenten terwijl door o.a. toenemende afkeer tegen het leenstelsel het nú tijd is om die discussie wel te voeren.

Roept…

… het partijbestuur op om een partijbrede discussie te organiseren over verschillende vormen van studentfinanciering, zodat studeren toegankelijk blijft. Studeren moet mogelijk zijn onafhankelijk van portemonnee, achtergrond en studiepad. Daarbij wordt het wetenschappelijk bureau de Helling betrokken om onderzoek te doen naar alternatieven, zoals het studiebijslag en studietakssysteem, en organisaties met expertise uitgenodigd zoals het ISO en de LSVb. De programmacommissie wordt aangemoedigd om kennis te nemen van die discussie en op basis daarvan het standpunt te vormen voor het programma voor het volgende verkiezingsprogramma.

in de tussentijd blijven de fracties van de Tweede Kamer en Eerste Kamer zich inzetten voor herstel van beloftes en in de Eerste Kamer eist de fractie dat minstens één van de gebroken beloftes wordt hersteld door de nieuwe investeringen als het kabinet steun zoekt in het hoger onderwijsdossier.