Blogs

Brave burgers kweken op het mbo

06 januari 2020

Op het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) leren studenten een beroep, zoals softwareontwikkelaar, bakker of onderwijsassistent. Studenten krijgen echter niet alleen les in beroepsuitoefening, maar ook in burgerschap. Sinds 1996 is burgerschapsonderwijs verplicht op het mbo. Verreweg de meeste mbo’ers hebben een Nederlands paspoort en zijn dus al burgers. Burgerschapsonderwijs maakt studenten dus niet burgers, maar leert hen goede burgers te zijn. Dat levert een interessante vraag op: wat voor soort burgers wil de overheid kweken op het mbo?

Om deze vraag te beantwoorden, analyseer ik een wet uit 2011. De overheid heeft toen vrij gedetailleerd vastgelegd wat mbo’ers moeten leren over burgerschap. Volgens deze wet heeft burgerschap vier dimensies. 

  • De politiek-juridische dimensie leert studenten ‘de bereidheid en het vermogen deel te nemen aan politieke besluitvorming’ en behandelt thema’s zoals democratie en mensenrechten.
  • De economische dimensie gaat over ‘de bereidheid en het vermogen’ te werken en ‘op adequate en verantwoorde wijze’ te consumeren. Studenten leren goede collega’s te zijn, zich te houden aan regels en geen schulden te maken.
  • De sociaal-maatschappelijke dimensie behandelt ‘de bereidheid en het vermogen om deel uit te maken van de gemeenschap en daar een actieve bijdrage aan te leveren.’ Er is veel aandacht voor tolerantie en diversiteit.
  • Tot slot betreft de dimensie vitaal burgerschap ‘de bereidheid en het vermogen om te reflecteren op de eigen leefstijl en zorg te dragen voor de eigen vitaliteit’. Onder andere voeding, sport en seksualiteit komen ter sprake.

In 2016 voegde de overheid ‘kritische denkvaardigheden’ toe. Studenten moeten bronnen kunnen beoordelen, het perspectief van anderen kunnen innemen en kunnen nadenken over hun eigen opvattingen. 

Op het eerste gezicht lijkt deze visie van de overheid op burgerschap vanzelfsprekend en onschuldig. Natuurlijk is het fijn dat studenten leren over stemrecht, consumptie, diversiteit en gezondheid. Toch zijn er ook problemen. Zo is het erg ironisch – en gênant – dat ondanks de aandacht voor (seksuele) diversiteit, de wet alleen spreekt over ‘hij’, ‘hem’ en ‘zijn’.

Bovendien stimuleert de overheid op verschillende manieren braaf burgerschap. Ten eerste ligt er een grote nadruk op plichten en verantwoordelijkheden van burgers. Goede burgers stemmen, werken, gaan verstandig om met geld, zijn actief in hun gemeenschap, respecteren anderen, en leven gezond. Let op, de overheid stimuleert niet alle activiteiten: activisme of huishoudelijk werk noemt zij bijvoorbeeld niet. Er is veel minder aandacht voor de rechten van burgers, zoals op uitkeringen. Burgers moeten vooral braaf hun eigen hachje zien te redden en niet te veel steun van de overheid verwachten. Deze visie op burgerschap sluit naadloos aan op het overheidsbeleid van bezuinigingen op zorg, toeslagen en andere publieke diensten.   

De wijze waarop de overheid problemen begrijpt, benadrukt zulke individuele verantwoordelijkheden. Neem bijvoorbeeld de dimensie vitaal burgerschap. Volgens de overheid zijn gezondheidsproblemen eigen, individuele problemen die mensen zelf kunnen en moeten oplossen. Studenten leren ‘verantwoorde keuzes’ te maken en ‘gezondheidsbevorderende activiteiten’, zoals sport, te ondernemen. Mensen beïnvloeden inderdaad hun eigen gezondheid. Maar hun sociaaleconomische achtergrond speelt ook een belangrijke rol; hoe rijker, hoe gezonder. In de grafiek zie je dat mensen met hogere inkomens langer leven. Mbo’ers kunnen weinig doen aan het inkomen van hun ouders en sowieso is stijgen op de sociale ladder knap lastig. Sporten lost zulke structurele ongelijkheden niet op; daarvoor is actief overheidsingrijpen nodig.

Ten tweede gebruikt de wet een heel nauwe betekenis van politiek. De politiek-juridische dimensie staat los van de andere dimensies. Politiek omvat echter veel meer dan partijen en het parlement. Arbeidsverhoudingen gaan bijvoorbeeld over macht (zie ons blog over vakbonden), en cultuur is eveneens aan politiek gerelateerd. Wie bepaalt wat ‘normaal’ is en wat ‘onze’ traditie is? Wel of geen zwarte piet? Door macht en politiek los te koppelen van de andere drie dimensies, creëert de overheid minder ruimte voor verzet en protest.

Ten derde kun je je vraagtekens plaatsen bij het kritisch denken dat studenten leren. De wet praat immers voortdurend over ‘bereidheid’. Studenten leren niet alleen dingen te kunnen, maar ook te willen. Het maken van eigen, kritische keuzes wordt zo niet gestimuleerd. En terwijl studenten individuele meningen leren te bekritiseren, leren zij niet kritisch te reflecteren op maatschappelijke onderwerpen zoals overheidsbeleid en machtsverhoudingen.

In dit artikel heb ik alleen gekeken naar de omschrijving van burgerschap in de wet. Hoe burgerschapsonderwijs in de praktijk plaatsvindt, is een ander verhaal. De wet laat in ieder geval duidelijk zien wat voor soort burgers de overheid wil kweken op het mbo: brave burgers. Studenten leren zich plichtsgetrouw, verantwoordelijk en gehoorzaam te gedragen, maar niet sociale problemen te bekritiseren, te demonstreren, of overheidsingrijpen te eisen. Het ontbreken van een publiek debat hierover verergert de kwestie. Velen hebben nog nooit van burgerschapsonderwijs gehoord en de kritiek van sommige mbo’ers en hun docenten hebben nauwelijks nationale aandacht gekregen. Nederland is echter een democratie. Wij, als burgers, beslissen uiteindelijk wat studenten leren over burgerschap. Beste burgers, laat jullie stem horen!

Politiek Amsterdam Commissie Team, 

Carlijn Enzerink 

Bronnen

De besproken wet: Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB, bijlage 1  behorend bij artikel 17a, lid 3. Zie https://wetten.overheid.nl/BWBR0027963/2019-08-01#Bijlage1

https://www.kiesmbo.nl/

https://burgerschapmbo.nl/

Guérin, Laurence. “De wet en burgerschap: Beperkingen en uitdagingen.” Geraadpleegd via https://burgerschapmbo.nl/app/uploads/De-wet-en-Burgerschap-002.pdf

Schinkel, Willem. “Tegen ‘actief burgerschap’.” Justitiële verkenningen 5, no. 8 (2007): 70-90.

Westheimer, Joel, en Joseph Kahne. “What kind of citizen? The politics of educating for democracy.” American Educational Research Journal 41, no. 2 (2014), 237-269. 

Afbeeldingen

https://pixabay.com/nl/photos/mensen-meisjes-vrouwen-studenten-2557396/

https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2009/52/gezonde-levensverwachting-korter-bij-lage-inkomens

Gerelateerd Nieuws

Blogs

Duurzaam leven 101

Schrijver: Milvanyo Gill’ard

Tegenwoordig horen we over de verslechtering van het broeikaseffect …

15 april 2022
Blogs, Campagne

Crash course gemeenteraad

Schrijver: Annika van den Brink

The following blog is (for now) in Dutch. However, in the Netherl…

24 januari 2022
Blogs

Begrip tonen is ook een sport

Schrijver: Jazz Komproe

Als mens moet je je vaak in anderen kunnen verplaatsen. “Kijk eens vanu…

06 december 2021