De mooiste drie weken van het jaar lopen helaas al weer op hun einde. Het einde van de Tour de France is in zicht. Het is momenteel nog ongekend spannend, met zes renners binnen een minuut van de gele trui en een jonge Nederlander, Laurens ten Dam, op plaats negentien in het algemeen klassement.
De CSC ploeg van oud renner Bjarne Riis weet mij als gebruikelijk bijzonder te charmeren. Zijn ploeg is de enige die echt als team rijdt. Binnen deze Deense formatie wordt individu op zijn eigen merites gewaardeerd. Dit kwam mooi tot uiting tijdens de persconferentie op de rustdag van eergisteren. Ploegleider Riis sprak zijn waardering uit voor iedere individu in ploeg. Niet alleen voor de twee kopmannen Schleck of Sastre. Hij vergelijkt zijn renners ook niet met elkaar. Hij kijkt alleen naar hun individuele waarde voor het geheel. Niemand is verheven boven de ander. Het succes van sommigen in de ploeg is een resultaat van het gehele team.
Het is díe manier, waarop ikzelf ook naar samenwerken kijk. Niet alleen binnen mijn DWARS-bestuur, maar ook in de samenleving. Verschillende collectieven, met verschillende individuen die zo ieder weer hun eigen kenmerken en karakters hebben. Samenleven en samenwerken met zo’n diverse groep is niet altijd gemakkelijk. Dat kan alleen als je de verschillen tussen elkaar niet bagatelliseert, maar waardeert als kwaliteiten die niet alleen van intrinsieke waarde zijn, maar zeker ook kunnen bijdragen aan het succes van het team. In zulk een team of samenleving is geen sprake van goed of slecht. Niemand voelt zich verheven boven de ander, maar leeft en werkt samen op voet van gelijkwaardigheid.
Nu ik toch helemaal in de ban van de Tour aan het schrijven ben, past het wel om wat aardigs te zeggen over Cadel Evans. Misschien wel dé grootste kanshebber om aankomende zondag in Parijs het geel op te eisen. De afgelopen weken heb ik me bijzonder geërgerd aan deze renner. Ik vond hem een ‘laffe’ fietser. Iemand die geen enkel initiatief, laat staan risico, neemt en rustig in het wiel van anderen mee gaat. Hij rijdt zo verschrikkelijk berekenend dat de romantiek van het fietsen ver te zoeken is bij hem.
Tot ik in de etappe van zondag zag dat Evans een shirt droeg met daarop de tekst ‘free Tibet’ onder zijn, toen nog, gele trui. Mijn mening over Evans dat hij laf is, heb ik toen toch moeten bijstellen. Als Olympische sporter opkomen voor de Tibetaanse zaak is zeker dapper en verdient lof. Ik zal Evans dan ook nooit meer laf noemen. Mijn favoriete fietser blijft hij evenwel niet. Dan maar liever een van de gebroeders Schleck, uit de door mij zo geliefde CSS ploeg. Of natuurlijk Menshov uit onze eigen Raboformatie. Nog een kleine week en we zullen het weten. Mijn voorspelling: de rekenmeester zal wel aan het langste eind trekken.
Dat laat zien dat de beste ploeg de beste individuele renner heeft geleverd en dat koel rekenen niet altijd loont :)!
En het werd....Saestre, ook van de CSC-ploeg:-)